Verhoudingstabel
Drie stappen, bij elke som dezelfde.
| 1. Eenheden | Waar gaan de getallen over? Bij procenten is dat altijd procent en een bedrag. |
|---|---|
| 2. Getallen | Vul in wat je weet, drie van de vier vakjes. |
| 3. Oplossen | Reken het vierde vakje uit. |
Bij stap 3 kun je drie kanten op.
| Gelijk uitrekenen | Zie je het antwoord meteen? Vul het in. |
|---|---|
| Hulpkolom | Met Kolom + ga je bijvoorbeeld eerst naar 1, daarna naar het gevraagde aantal. |
| Kruislings | Vermenigvuldig de twee getallen die schuin tegenover elkaar staan en deel door het getal dat overblijft. Doe dit pas als je snapt waarom de stap via 1 werkt. |
In een vakje mag je rekenen, begin met een isgelijkteken = en gebruik * voor vermenigvuldigen en / voor delen